Previous Page  35 / 40 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 35 / 40 Next Page
Page Background

Helpende handen

Zo’n kleine club oprichten mag dan wel het

initiatief zijn van een geëngageerde trainer of

clubleider, het voortbestaan ervan is een werk

van velen. Hoe geraak je aan die “helpende

handen” ?

Jakob Dhaene: ’Eens je echt competitie

speelt heb je uiteraard een entourage nodig.

Mensen voor de tafel, bereidwillige chauf-

feurs, mensen die wat administratie willen op-

knappen, en zo meer. Ik organiseer daarvoor

een bijeenkomst met ouders en geïnteres-

seerden, en dan peil ik naar hun eventuele

interesse. Want het is niet zo dat de trainer

manusje van alles moet zijn. Ik vraag wie er

de inschrijvingen wil verzorgen, en zo creëer

je een secretaris. Soms gaat dat gemakkelijk,

soms zeer moeilijk en moet je veel bijsturen.

Als je enkele jaren goed bezig bent met die

kleine club, en je hebt enkele trouwe medew-

erkers waarop je als trainer kunt rekenen,

dan pas heb je je doel bereikt. Maar dàt is

niet altijd vanzelfsprekend. Satellietclubs op-

gericht uit een moederclub hebben het zeker

iets makkelijker. Die vinden vlotter medewerk-

ers…

Financieel ? O, dat valt best mee hoor. De

zaalhuur is meestal niet duur, soms zelfs gra-

tis. We proberen de trainingen aanvankelijk

te beperken. Meestal vraag ik 75 Euro voor

een heel jaar, wat aanzienlijk minder is dan

het gemiddelde lidgeld van een bestaande

club. We houden dat lidgeld bewust laag-

drempelig. De grootste kost is de trainer en

de zaalhuur. Als trainer kies je best een ge-

diplomeerde. Bovendien kan je subsidies

krijgen via het JeugdSportFonds van de VHV.

Ook de administratieve paperassen zijn be-

perkt omdat het een kleine club is met hooguit

vijftien spelertjes.’

Stand van zaken

Jakob Dhaene: ’Ikzelf heb in de regio Oost-

West acht satellietclubs opgericht, waar-

van twee inmiddels ter ziele gingen. Vijf in

West-Vlaanderen, met name Staden, Kuurne,

Tielt, Harelbeke en Wevelgem, en eentje in

Oost-Vlaanderen, Erpe-Mere. Nazareth en

Oostrozebeke zijn gestopt. Maar die zes zijn

écht levensvatbaar, die hebben een toe-

komst. Bedoeling is dat spelers die de jeug-

dreeksen ontgroeien en in een grote club uit

de regio verder spelen, misschien later terug-

keren naar hun roots om in die satellietclub

scheidsrechter, jeugdtrainer of begeleider

te worden. Zo creëer je een cyclus en dat is

ons einddoel. Het is een gunstige evolutie in

onze handbalarme regio. Vroeger waren er

in West-Vlaanderen amper zes clubs, nu elf,

bijna een verdubbeling. Ook in de andere

regio’s waait een positieve wind. Ik meen te

weten dat er in totaal een vijftiental nieuwe

kernen bestaan sinds 2012…

De toekomst ? Ik hoop dat over twee jaar de

clubs die ik heb opgericht redelijk zelfstandig

zijn, dat ik me om die clubs niet meer hoef te

bekommeren. Dan is al die moeite toch niet

vergeefs geweest. Bovendien hoop ik jaar-

lijks, of tweejaarlijks, een nieuwe satellietclub

te kunnen oprichten. Dat zou mooi zijn voor

onze regio.’

Cois Van Aelst

35